Heerlijckheijd Nispen logo ContourNispen is een dorp binnen de gemeente Roosendaal, in de provincie Noord-Brabant. Het dorp had in 2013 1.608 inwoners. Nispen kenmerkt zich door het omringende unieke coulisselandschap, de sterke sociale samenhang en vooral de geestdrift om zelf zaken aan te pakken. Het is van oudsher gelegen aan transportroutes. Later gelegen langs toeristische routes.

Ontstaan van het dorp | Kerkdorp | Grensdorp | Turfvaart | Kasteel Moerendaal | Nijverheid

Ontstaan van het dorp

Ontstaan DorpNispen komt van de Latijnse benaming ‘Nisipa’ of van het gotische ‘ga-nisan’. ‘Nispen’ zou dan watertje door laaggelegen land of geneeskrachtig water betekenen. Nispen ligt aan het dal van de Watermolenbeek. Het dal van de beek loopt van Kalmthout en Achterbroek in het zuiden tot voorbij Roosendaal. Nispen is de oudste plaats in de wijde omgeving, ontstaan in de laat-Frankische periode (800-1000 v.C.). De eerste bewoners vestigden zich op enkele open en hogere plekken aan de rand van het beekdal. De momenteel oudst bekende sporen van bewoning in het Nispens gebied dateren van waarschijnlijk het midden van de IJzertijd; een compacte nederzetting aan een wel-, een natuurlijke waterbron. Pal naast het gebied van de voormalige kerk, die eeuwenlang het centrale punt of ́de bron ́ was voor religieuze activiteiten in Nispen, loopt een pad (dat bekend stond als Sprengstraatje of De Sprenge). In ieder geval rond het jaar 1000 woonden er mensen bij het watertje door het laag gelegen land. Waarschijnlijk in de periode tussen 1015 en 1155 is een houten kerkje gebouwd in het centrum van het huidige Nispen. In de vroege Middeleeuwen ontstonden er in deze streek talloze heerlijkheden. Ook Nispen was een zelfstandige heerlijkheid.

Kerkdorp

KerkdorpIn 1157 wordt de parochie Nispen voor het eerst genoemd in een oorkonde. Als kerkdorp was Nispen de hoofdplaats van een parochie die strekte van Kalmthout tot Zegge over een afstand van maar liefst 23 kilometer. De eerste stenen kerk in Nispen is waarschijnlijk gebouwd in de periode tussen 1300 en 1350 en zou gedurende 500 jaar grotendeels op deze wijze in stand blijven. Omstreeks 1650 werd de kom van Nispen omschreven als bestaande uit een kerk, school en 28 “huijsingen”. De omvang van het dorp is lange tijd nagenoeg onveranderd gebleven. In 1823 bestond de kom uit een kerk, een pastorie, 34 huizen en een school. In 1930 werd besloten om een nieuwe kerk van groter formaat te bouwen. De oude toren bleef gehandhaafd en werd gerestaureerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sneuvelt de oude kerktoren van Nispen, op dezelfde plaats wordt een nieuwe toren gebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog werden noodwoningen opgericht, waarvan de laatste pas in 1992 werd gesloopt, en begon men met de bouw van woningen. Tot in de jaren 1950 behoudt het dorp zijn kleine, compacte vorm. Nadien komen er wat straten met nieuwbouw bij. Tussen 1960 en 1970 breidt het dorp langzaam uit in noordwestelijke richting. De laatste uitbreiding vond in deze eeuw plaats aan de Oostmoer. In de dorpskern staan ruim 500 woningen en in het buitengebied nog eens 134.

Grensdorp

GrensdorpDoor de Vrede van Munster in 1648 werd de grens tussen Nispen en Essen de staatsgrens tussen de Spaanse Nederlanden en de Republiek der Verenigde Nederlanden. Nispen en Essen waren dan wel bestuurlijk en kerkelijk gescheiden, maar ze behoorden tot hetzelfde parochie. Vanaf 1810 behoorden zowel Nispen als Essen bij het Keizerrijk Frankrijk, zo ook nog in de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In 1830 maakte de Belgische afscheidingsoorlog daar een einde aan: Nispen werd weer een grensdorp. De huidige rijksgrens werd getrokken en zichtbaar gemaakt met diverse grenspalen. De gemeente Roosendaal heeft zes grenspalen op zijn grondgebied: de palen 239 tot en met 244. Door de ligging aan de grens werd er ook veel gesmokkeld. In de negentiende eeuw was vooral zout gewild. Verder smokkelde men naar Holland tabak, suiker, garen, elastiek, handdoeken, bloem, chocola en petroleum en naar België boter, aardappelen, maïs, rogge of tarwe. In de oorlogsjaren 1914-1918 ging het meestal om levensmiddelen en kleren. Na uitbraak van de Eerste Wereldoorlog kreeg Nispen daardoor militairen en douaniers ingekwartierd en passeerden duizenden Belgische vluchtelingen het dorp. Een aantal mensen bleef voor langere tijd of voorgoed in ons dorp. In 1992 begon Nispen de gevolgen van de Europese eenwording te voelen: de douaneposten en expeditiekantoren aan de grens werden afgeschaft en in 2002 uiteindelijk ook het grenswisselkantoor.

Turfvaart

TurfvaartIn de Middeleeuwen werd turf ontdekt als brandstof. Waar hoogveen ligt wordt turf gestoken. Die vonden ze in het gebied ten noorden van Antwerpen en in West-Brabant. Van 1250 tot 1750 is in West-Brabant en in het noordelijk deel van België veel turf gestoken. De turf was vooral bedoeld als brandstof voor de Vlaamse steden. Al snel werden verschillende turfvaarten gegraven om al het turf uit deze streek naar de Vliet te kunnen afvoeren. Vanaf daar werden de vele ladingen turf verscheept naar verschillende plekken in Vlaanderen en Holland. Niet alleen bracht deze handel welvaart naar de streek, maar het hervormde dit gebied ook door de aanleg van de vele turfvaarten en afgravingen. Daarvan zijn nu nog altijd veel overblijfselen terug te vinden, zowel geografisch als in verschillende namen. Turf wordt in deze streek ook wel moer genoemd; namen als Oostmoer en Moerendaal in Nispen verwijzen hiernaar. Toen het veen was weggestoken, kwamen er zand- en leemgronden tevoorschijn. De boeren maakten er akkers en weilanden van, maar het kwam ook voor dat er helemaal niks mee gebeurde. Dan ontstond er spontaan woeste grond. De natuur zorgde voor struiken, bossen en heide. Wat ook veel voorkwam, was dat de laagste delen van het landschap onder water liepen. Zulke plassen worden vennen genoemd. Hoewel de turfhandel werk verschafte aan diverse bewoners, blijft Nispen een agrarisch dorp. De turf ‘reist’ er wel aan twee kanten langs, maar Nispen heeft er eigenlijk niet veel mee van doen. Daarnaast kwamen in het dorp ook andere beroepen voor die vaak gerelateerd waren aan het leven op het platteland, zoals smid, bierbrouwer of wagenmaker.

Kasteel Moerendaal

MoerendaalDe turfhandel is ook van invloed geweest op het ontstaan van het kasteeltje bij Moerendaal. In 1336 werd Jacob van Moerdale vermeld als eerst bekende eigenaar van de gronden en de gebouwen. Uiteindelijk kwam het landgoed in het bezit van de familie Pypelinckx (familie van de schilder Peter Paul Rubens). Na de dood van Filips Rubens ging Moerendaal diverse keren in andere handen over. Midden zeventiende eeuw was het kasteeltje onder andere door oorlogs- geweld reeds zodanig vervallen dat het gesloopt werd. De gronden werden in 1676 verkaveld en kwamen in handen van plaatselijke bewoners.

 

 

 

 

Nijverheid

NijverheidNaast de landbouw was ook de turfhandel een belangrijke inkomstenbron. Aan het eind van de 19e eeuw kreeg de bedrijvigheid een impuls door nieuwe technische mogelijkheden. De bergkorenmolen uit 1850 is daarvan nog een tastbaar bewijs. Hoewel al in 1854 treinen langs Nispen reden, is er nooit een station geweest. In 1886 startte een particuliere onderneming in de gemeente Roosendaal en Nispen met de aanleg van een waterleidingnet. Het water werd gewonnen uit twee “welputten” op de Nispense heide ten oosten van het dorp. In 1914 werd de winning gestaakt, omdat het water vervuild was geraakt. De langgerekte putten bleven bestaan en het terrein werd een openluchtzwembad met de naam Zonneland. Later werd hier een camping opgericht. Vijfentwintig landbouwers begonnen in 1903 een coöperatieve boterfabriek, maar vanaf 1923 werd er in Nispen geen boter meer gemaakt . In 1907 werd een filiaal van de Roosendaalse sigarenfabriek KaVeeWee geopend. In de sigarenfabriek werkten op een gegeven ogenblik 150 mensen, maar in 1942 moest de fabriek worden gesloten en dit betekende het einde van de sigarenproductie in het dorp. Het pand werd in 1994 gesloopt.